Jaren lang was het de standaard: witte tegels van vloer tot plafond, glanzend wit sanitair, misschien een grijze plint. Fris, hygiënisch, eenvoudig te combineren. Maar wie vandaag door verbouwde appartementen bladert en woonbladen doorkijkt, ziet iets verschuiven. Steeds minder wit. Steeds meer terracotta. Meer eiken. Meer leem. De witte badkamer is niet verdwenen, maar hij domineert niet meer.
Wat is er aan de hand, en hoe pas je het toe in je eigen badkamer?
Van klinisch naar comfortabel
De oorzaak is niet moeilijk te vinden. Tijdens de coronajaren verplaatste het leven zich naar binnen, en mensen gingen hun woning anders bekijken. De badkamer moest niet alleen functioneel zijn: hij moest ook een plek worden om bij te komen. Een thuisspa, al was het maar op kleine schaal. Dat idee is sindsdien niet meer weggegaan.
Interieurontwerpers en woonbladen zien het overal terug: in de woonkamer, de keuken, maar misschien het sterkst in de badkamer. Scherpe hoeken maken plaats voor ronde vormen. Koude kleuren ruimen baan voor warmte. Ronde vormen geven een interieur een zachtere uitstraling - en in de badkamer geldt dat misschien wel het sterkst, omdat je er doorgaans ontspant in plaats van werkt.
De kleuren die het overnemen
Terracotta staat bovenaan, maar het verhaal is genuanceerder. Het gaat om een heel palet van warme aardkleuren: zand, oker, caramel, stoffige roos, olijfgroen. Kleuren die je eerder in een Mediterraans interieur zou verwachten dan in een doorsnee Nederlandse badkamer.
Opvallend is dat deze tinten helemaal niet luid hoeven te zijn. Terracotta wordt geen fel oranje. In mat afgewerkte tegels, gecombineerd met de kleur van opgedroogde klei, voelt het eerder kalm dan opvallend. Warm beige op de wanden met een mat zwarte kraan erbij oogt strakker dan veel mensen verwachten.
Een paar combinaties die je nu veel terugziet:
- Zandkleurig travertijn + mat goud kraanwerk + licht eiken meubel
- Saliegroen wandtegels + wit sanitair + houten accessoires
- Terracotta vloertegels + beige wand + linnen handdoeken
De kleur hoeft niet overal te zitten. Een accentwand of donkere vloertegel als contrast geeft de ruimte al direct karakter.
Materialen die warmte brengen
Bij kleuren horen materialen. Hout is het meest zichtbare verschil met vijf jaar geleden. Een eiken spiegelkast, een houten badkamermeubel, een bamboematje: het maakt een wereld van verschil voor de sfeer. Hout in de badkamer was lang taboe - te kwetsbaar, te nat, te bewerkelijk. Met moderne behandelingen en de populariteit van teak en thermohout is dat argument grotendeels weggevallen.
Naast hout winnen travertijn en terrazzo terrein. Travertijn, de beige kalksteen met natuurlijke poriën en aders, is de afgelopen twee jaar zo populair geworden dat namaak-varianten in laminaat en keramiek nauwelijks bij te slepen zijn. Het ziet er kostbaar uit zonder per definitie kostbaar te zijn. Een travertijn-look tegel kost soms maar een paar euro per vierkante meter meer dan een standaard tegeltje.
Beton-look blijft ook relevant, maar verschuift van koud grijs naar warmer taupe en beige. Minder industriël, meer organisch.
Kleine aanpassingen met groot effect
Niet iedereen staat te popelen om de hele badkamer op de schop te gooien. Gelukkig hoeft dat ook niet. Een paar gerichte aanpassingen leveren al veel op.
De kranen en handgrepen zijn het goedkoopste visitekaartje. Glanzend chroom vervangen door mat zwart, mat goud of geborsteld messing kost doorgaans 80 tot 200 euro per set, maar verandert de hele uitstraling. Strakke, koude glans maakt plaats voor karakter.
Daarna: textiel. Warme handdoeken in oker, terracotta of zandkleur kosten bijna niets, maar veranderen de sfeer direct. Hetzelfde geldt voor een rotan mand of een houten krukje naast de douche. Klein, maar zichtbaar.
Als je iets meer wilt aanpassen, kun je een wand laten betegelen met een warme kleur of terrazzo-look. Als je daarna ook het badkamermeubel vervangt door een houten of eiken variant, ben je zonder ingrijpende verbouwing al een eind op weg.
Groter aanpakken: tips voor een volledige verbouwing
Wie aan een bredere badkamerverbouwing denkt, profiteert van een heldere richting vooraf. Kies een kleur- en materiaalpalette van maximaal drie tinten: een hoofdkleur, een accent en een neutraal. Combineer dat met hout en kies koude materialen bewust.
Tegels zijn de grootste investering en de langdurigste keuze. Kies liever voor een iets minder uitgesproken trendkleur dan voor iets waar je over drie jaar spijt van hebt. Warme beige en travertijn-look zijn hedendaags zonder schreeuwerig te zijn - een basis die jaren meegaat.
Let ook op verlichting. Warm wit licht (2700-3000 kelvin) maakt een badkamer aangenamer en vleiender dan koel daglicht. Als je een badkamerverbouwing plant, is dit een punt dat veel mensen te laat meenemen in het ontwerp.
Waarom dit geen tijdelijke rage is
Het verlangen naar warmte en comfort in de badkamer past bij een bredere verschuiving in het interieur: minder perfect, meer menselijk. Minder showroomsfeer, meer echte woonkwaliteit.
Aardkleuren en natuurlijke materialen zijn ook praktisch duurzamer: ze laten water- en kalksporen minder snel zien dan wit, en zien er na jaren gebruik nog altijd goed uit. Dat is misschien wel de sterkste reden waarom ze het tijdperk van de witte badkamer overleven - niet omdat ze modisch zijn, maar omdat ze werken.
De witte badkamer was geen fout. Maar de warme badkamer is gewoon beter.